Autobus documentatie Vereniging

Mijn kant van de (autobus)hobby - Peter van Cootwijk

Mijn autobus hobby

Mijn naam is Peter van Cootwijk en ben nu 61 jaar oud.
Voor mijn autobushobby ga ik zo’n dikke 50 jaar terug naar het jaar 1960……..

Ik woonde toen nog in Amsterdam op de Amsteldijk hoek Vrijheidslaan en zag toen regelmatig blauwe GVB bussen als lijn E over de Berlagebrug rijden. Later zou ik gaan ontdekken dat lijn E tussen het Amstelstation en het Haarlemmermeerstation reed en dat die blauwe bussen Kromhouts waren met de bijnaam “tikkers”.


Stil aan groeide mijn belangstelling voor bussen en kan me nog herinneren dat ik de allereerste rit met de luchtvering bussen meegemaakt heb op lijn 19 naar Osdorp. Dat was 1961 toen de AEC’s Verheul van de serie 110-149 in dienst kwamen. Het stortte die dag van de regen maar na die rit met de 112 kon mijn dag niet meer stuk.


Enige verwarring ontstond in 1965 toen ik ’s morgens wakker werd en over de Berlagebrug nu ineens lijn 15 zag rijden met een monocontrol van de serie 200-224. Later zou ik gaan begrijpen dat de lijnnummers van het alfabet plaats gemaakt hadden voor cijfers en de lijnen E en F waren toen gecombineerd tot 15. Ook de mooie NS bussen naar Den Haag van de 5000 serie hadden al heel snel mijn hart gestolen.


Regelmatig croste ik op mijn bromfietsje door Amsterdam om veel moois tegen te komen, bordbussen van de serie 1-20 in Noord, en bussen met dubbele voordeuren op lijn 12 (188-199).

Er vaag kan ik me ook “kikkers” herinneren bij Maarse en Kroon die vanaf het Amstelstation reden en later vervangen werden door cubjes (serie 1-50).


In de loop der jaren ontdekte ik natuurlijk steeds meer moois. Ik was toen nog niet in het bezit van een auto en in de vakanties werd veel gebruik gemaakt van dagkaarten om Nederland door te bussen……..


GADO 4917



Al snel kreeg de GADO een speciaal plekje met de mooie oude bussen die daar reden. Veel kilometers heb ik gemaakt met de oude Dafjes 6500-6800 serie en met de onverwoestbare Werkspoorbussen (4700, 4900 en 5000 serie).











Vanaf 1970 was mijn schoolperiode geëindigd en ik werkte vanaf dat moment in de restaurantkeuken als kok.
Dat beviel echter niet en een poging om als machinist bij de NS te gaan werken mislukte.
 

CN 411CN 411















In juni 1978 zag ik kans van mijn hobby ook mijn werk te gaan maken en kwam in dienst bij het toenmalige Centraal Nederland in Amsterdam. Aanvankelijk huisden we toen nog in de Wibautstraat met een pendelbus naar de Veemarkt doch in 1981 werd dat Amstel III.

Bij het indienstkomen zag ik nog net kans een aantal ritten te mogen maken met de oude Werkspoorbus 4874 (de laatste nog aanwezige). In die periode was het natuurlijk heel veel Leyland wat de klok sloeg (1601-1612, 2395-2412 en als er een wagen voor onderhoud weg was reed er meestal een 2500 serie), maar ik heb ook heel veel kilometers gereden op de onverwoestbare serie 1255-1274).


Geleidelijk aan zag je het aantal Leylands afnemen en het aantal Daf’s toenemen. Dat was niet alleen bij C.N. want op mijn vrije dagen toerde ik nog steeds door den lande om ook elders leuke dingen tegen te komen.

Mijn eerste kleuren dia’s stammen zo ongeveer vanaf 1968 en zou uitgroeien tot zo’n 50.000 exemplaren.


In 1994 werd C.N. opgedeeld in Midnet en N.Z.H. en verhuisde ik mee naar Midnet in Nieuwegein. Een jaar later zou ik in Hilversum terecht gaan komen en, met een tussentijds uitstapje naar Almere Haven van 2003 tot 2006, daar zit ik nu nog steeds.


Uiteindelijk hebben alle MB 200 en MB 230 bussen nu plaatsgemaakt voor modernere wagens maar of ik dat nu een verbetering kan noemen?????

Feit is dat de oude karretjes heel betrouwbaar waren en altijd liepen en daar mankeert het met het huidige materieel nog wel eens aan.

In het huidige materieel zit ontzettend veel elektronica en hoe meer je van dat spul er in propt, hoe meer er stuk gaat.


De autobushobby heeft nog steeds mijn interesse doch de leukste periode hebben we toch echt gehad. Persoonlijk vind ik het, na het verdwijnen van de alliance’s, toch een stuk minder interessant geworden. Het fotograferen is nu ook wat minder geworden maar elk type materieel wordt natuurlijk wel op de plaat vastgelegd.4710

Een apart hoofdstuk kun je natuurlijk weiden aan het actief sleutelen van de wagens. Op 24 juni 1974 werd in Rijssenhout de oude GVB 194 overgenomen van een particulier en deze werd mijn eigendom. Heel voorzichtig werden de eerste stappen gezet tot herstel van deze wagen en deze stappen zouden gaan leiden tot de oprichting van Stichting MUSA alwaar ik in de technische staf een bestuursfunctie zou gaan krijgen. In maart 1975 werd de Stichting ook daadwerkelijk opgezet en vanaf dat moment groeide het wagenpark ziender ogen.

Onenigheid in het bestuur deed mij in 1986 besluiten de MUSA definitief vaarwel te zeggen. Ik ben het altijd vreemd blijven vinden dat mensen, die dezelfde hobby nastreven en het zelfde belang dienen, het elkaar altijd moeilijk proberen te maken. Inmiddels is de MUSA daaraan ook ten onder gegaan. Ook een nieuwe poging om actief te gaan sleutelen in Aalsmeer bij de Stichting Oldtimerbus Holland was gedoemd te mislukken. Door onderling meningsverschil in het bestuur van SOH klapte ook deze stichting uit elkaar.

Daar het niet leuk is steeds weer veel tijd en veel geld in een club te steken die uiteindelijk ten onder gaat heb ik het actief sleutelen definitief aan de kant gezet.

Ik blijf nu tot 2015 (als mijn pensioen in zicht komt) in Hilversum mijn ritjes maken, ga af en toe even op verkenning in den lande om wat leuke plaatjes te maken, maar……..doe het daarbij een stuk rustiger aan dan vroeger………..

Peter van Cootwijk.